Alles in mij, ben jij

Alles in mij, ben jij

Onvoorstelbaar dat we zo snel, zo achterbleven. Drie maanden geleden bakte we koekjes, liepen we in het bos, was het herfstvakantie. Drie maanden geleden waren we boodschappen aan het doen en wilden jullie allebei in de racewagen. Ik heb de foto naar papa gestuurd. Er heeft een aardverschuiving plaatsgevonden. In ons leven. Ik rij elke dag langs de begraafplaats. De weg van Lunteren naar Ede. Soms stop ik en loop ik langs je grafje. Samen of alleen. Ik ben net nog even wezen kijken en tegen je gezegd;

Ik wil je vasthouden,
maar jij bent gegaan.
Mijn armen willen je vangen,
maar ik ben blijven staan.

Ik wil je zoeken,
maar kan je niet meer vinden.
Ik sta met open armen,
maar met lege handen.

Alles in mij, ben jij.
Ik kan je niet meer vangen,
je bent gesprongen in Jezus armen.
Jij bent bij Hem en Hij bij mij.

Reageren is niet mogelijk.