Het biebboek

Het biebboek

Boaz kreeg een briefje mee van school. Het kleuterboek is al een week of zeven niet meer teruggekomen en of ik het wil inleveren, morgen. Ik heb geen flauw idee. Ik weet waar ik was, maar ben kwijt waar Boaz was, aan het logeren, of thuis? Ik weet het niet meer. Ik voel de onmacht, boosheid, verdriet, opgeroepen door een simpel briefje. De verhuizing, het overlijden, alle dozen die beneden staan. Ergens daar ligt vast dat boek. Of niet. Ik weet het niet. Ik heb het nooit gezien. Zeven weken geleden. Zeven weken, ik weet waar ik was. Ik herinner me elke seconde. De laatste seconden. Opnieuw. Dankzij een boek. We vinden het vast nog wel, maar niet morgen. Volgend jaar misschien.

Reageren is niet mogelijk.