Berlijn

Berlijn

We zijn het weekend naar Berlijn geweest. Met collega’s van Coen. 5,5 uur met de trein heen en 5,5 uur terug. Drie dagen, twee nachten. Eerst nog wat onwennig. Bekende gezichten, nieuwe mensen. Ik had er wel een dag en nacht voor nodig. Toch een goede tijd gehad. Gefietst, spelletjes gespeeld, geschiedenis opgefrist, uit geweest, geslenterd over vlooienmarkten. Fijn. En op de weg terug kwamen de tranen. Weer naar huis. Weer terug. Weer die pijn. Het gemis. Elke dag opnieuw. ‘s Avonds mail dat de directeur van de basisschool van Boaz is overleden. Weer iemand dood die hij kent. Ik wil hem zo graag beschermen. Maar ik kan het niet. Ik kan hem niet beloven dat er niemand meer dood gaat. Hij kwam thuis, moe. Ik heb ons samen in bed gestopt, op van alles. Vanavond kwamen de vragen, de verhalen. Hij wilde iets bij zijn bed dat hij aan Roos kan denken. En hoe moeilijk ik het thema dood ook vind. Hij stipt het aan, bedenkt wat en gaat verder. ‘Mama, we hebben nog twee meesters, die kunnen de juffrouw ook helpen’. Slaap lekker, Boaz. Morgen weer opnieuw. Berlijn was mooi.

Reageren is niet mogelijk.