Ik belde je niet

Ik belde je niet

Je hebt soms dagen die roeren in een soep van verdriet. De ene keer kan ik het hebben, de volgende keer is alles dat erover gezegd wordt teveel.

De week begon met een inval verloskundige. Vast en zeker een kundig iemand. Voor de baby dan wel te verstaan. Inlezen was er niet van gekomen. En ik voelde me al zo beroerd. ‘Het is ook druk met twee kinderen’ en ‘je lijf heeft het zwaar zo kort twee keer zwanger’. Na de eerste opmerking moest ik al even uitleggen dat er nog maar één over is en bij de tweede dat mijn dochter geen baby meer was. Toen ze over de griep begon, dacht ik: laat maar, ik heb geen griep, maar ik heb geen zin meer het hier met jou over te hebben. En ik mag van harte hopen dat jij straks niet aan mijn bed staat.

De lucht werd niet geklaard en de donkere wolken bleven hangen. Tot ik alleen thuis was, de hele dag. In een poging er iets van te maken was ik opgestaan en had ik het gered tot de middag. Toen stikte ik bijna in mijn boterham met pindakaas. Zelfmoordpasta, noemt mijn partner het. Tranen rolde over mijn wangen. En ik verloor mezelf in het verdriet. Het was jammer van het servies.

Ik ging op zoek naar de spullen van Roos, ik wilde haar vinden. Ik trok de dozen open en vond nog meer verdriet. En haar knuffel, het reserve exemplaar. En heel veel kaartjes, ik las ze, woorden, gedichten en werd langzaam rustig. Ik borg alles weer op en nam de knuffel mee. Bewaarde nog wat spullen voor de baby en ruimde de scherven beneden op. Buiten wachten de zuurstof mij op en ik sliep daarna tot het donker werd.

Ik belde je niet, ik belde niemand. De stilte en het verdriet, niemand neemt het weg. Ik wil niet praten of dat iemand mij zo ziet. Ik kan het niet. Je kunt me altijd bellen, maar ik doe het niet. Soms zie je mijn verdriet, maar alleen als jij mij echt ziet.

De dagen erna voel ik de deken, zwaar om mijn schouders. Ik kan lachen, maar net zo vaak huilen. Ik ontwijk de gesprekken over zwanger van je tweede, wat leuk! Het zijn de laatste loodjes, maar niet van mijn verdriet. En dat maakt het zwaar, dag in dag uit. Ik wil de volgende stap zetten en niet blijven roeren in de soep. Maar mijn lijf wacht, de baby wacht en ik weet niet waarom.

Reageren is niet mogelijk.