Gepest

Gepest

Boaz kwam thuis met het verhaal dat hij gepest was. Hij was geduwd, geschopt en had niet mee mogen spelen. Twee jongetjes waren achter hem aan gaan lopen en hij had gezegd: ‘Stop hou op!’ Maar het hielp niets. En hij voegde er nog aan toe dat ze hadden gezegd dat hij maar dood moest gaan.

Er schoot van alles door mij heen. Boosheid. Zou die opmerking hem meer pijn doen, omdat hij weet wat dood is? Moet ik met de juf en ouders gaan praten? Is het onschuldig of zit er meer achter? Hoe leer ik hem weerbaarder worden? En heel onpedagogisch, ik leer hem meppen dan houdt het wel op. Maar ook dat de beste methode om dit te leren weg is. Roos. De kleine haaibaai die zijn speelgoed afpakte, heel hard kon schreeuwen en waarvan alles ‘mijn’ was. Die Boaz van nature leerde om voor zichzelf op te komen en de onderhandeling aan te gaan met zijn zusje. De rol die zij had voor hem.

Ik mis haar. Zelfs in de ruzies, het gegil en gehuil. Boaz mist haar, niet meer samen spelen, maar ook niet meer samen ‘vechten’. Over die kleine haaibaai maakte ik me nooit zo’n zorgen, die kwam er wel in het leven. Over Boaz meer, met zijn zachte karakter. Maar hoe anders is het nu gelopen. Nu moet ik het hem leren, te blijven staan tegenover de ander.

Maar liever, veel liever had ik nog dat Roos dit stukje voor hem had kunnen doen. En als Roos dit was gebeurd, had ze gemept. Ik weet het zeker.

Reageren is niet mogelijk.