Die andere moeder

Die andere moeder

Dichtbij het grafje van Roos staan nog twee ouders en twee kinderen bij een grafje. Ze verzorgen het tuintje en branden een kaarsje. Net als wij. Het is raar dat zulke handelingen gewoon zijn geworden. Op een plek waar zoveel verdriet ligt, toch ook iets moois kan zijn. Hoe zij vertelt dat ze er wel eens een boek leest en ik wel eens alleen op een bankje in de zon heb gezeten. Wachtend op niemand. Er worden bellen geblazen en de onze en de hare vangen de bellen. Ze vertelt dat de tweede een vriendje is. Haar tweede ligt begraven. Spierziekte. Erfelijk. Zo klein. Je kent elkaar niet, maar toch weet je zoveel van elkaar. Van de toekomst samen die je bent verloren. Ik kijk naar Merijn en zij ook. Wat voor ons een keuze was, is het niet voor hen. Sommige mensen hebben bewondering voor mij, maar ik heb bewondering voor haar.

En ik denk aan die andere moeders (en vaders) die in zeer moeilijke omstandigheden door gaan. Zonder toekomst, zonder toekomst samen. Mijn eigen leed wordt niet minder, de rugzak niet lichter. Maar draag ik met sterke mensen om me heen. Moeders met dezelfde kracht. Vrouwen met moed. Een ode aan jullie, kanjers stuk voor stuk.

Reageren is niet mogelijk.