Had ik maar

Had ik maar

Deze weken
Ik denk deze maanden terug aan toen. De dagen dat je ziek werd, de diagnose. De weken ziekenhuis die volgden. Het aanslaan van de chemo’s en de dag dat we naar huis mochten. Dat was een feestje. Eindelijk naar huis. Maar ook ontzettend spannend. Want de zorg voor een kind dat levensbedreigend ziek is en afhankelijk van allerlei medicatie is zwaar. Ik vond het spannend, zou het goed gaan? We dachten weer wat van ons leven te kunnen oppakken, maar de hele dag stond in het teken van de zorg voor Roos. En ze werd nog zieker, we hadden meerdere keren per dag contact met het ziekenhuis en de thuiszorg. Ik wist al dit gaat niet goed.

 

Terug naar het ziekenhuis
En toen moesten we terug. De laatste keer dat we je in de auto hadden. We brachten je naar het ziekenhuis. Als ik eraan denk doet het zo’n pijn. Wat ik je allemaal heb moeten aandoen. Dat ik je heb gebracht naar een ziekenhuis waar je niet wilde zijn, waar ze je pijn deden en je heel hard begon te huilen toen we weer die kamer binnen kwamen. Ik herinner het me zo goed. Het verscheurt me. Daar waar je niet meer onbezorgd kon spelen. Waar het lachen minder werd en je opnieuw op de intensive care belandden. Als ik daaraan denk ga ik stuk. Wat jij allemaal hebt moeten doormaken in die weken. En voor wat? Voor wat hebben we dit gedaan? Het voelt zo zinloos.

Wat had het voor zin?Keer op keer probeerden we te redden wat er te redden viel. Het is verschrikkelijk als ik denk. Ik voel me schuldig, ook al weet ik dat ik er geen schuld aan heb. Maar toch ik voel schuldig dat ik dit jou heb aangedaan, toegestaan. Maar ik had geen keus. Alleen op het laatst. Maar ook dat was geen keus. In alles heb ik toegestaan en gevochten voor jouw welzijn. Want 

dat is wat we hebben gedaan. Alles geprobeerd. En dat geeft enigszins troost. Want alles wat jij hebt moeten doorstaan is verschrikkelijk. Het heeft geen zin gehad. Maar ik heb geen spijt en had ik maar. En dat is een zegen in zoveel verdriet. We hebben alles gedaan wat we hadden moeten doen. Er is alles geprobeerd dat op dat moment kon. Het heeft jou alleen niet gered.

Had ik maar, kan ik denken, maar ik had het niet kunnen weten, i

k had het niet kunnen voorkomen. Het had geen verschil gemaakt. Het gevoel dat we alles hebben kunnen doen, geeft mij een klein stukje zin terug.

Reageren is niet mogelijk.