Het roze fietsje krijgt een nieuwe bestemming

Het roze fietsje krijgt een nieuwe bestemming

Coen kwam met het idee toen hij een oproep las. Een vraag die hij boven had staan. Hij moest eraan denken, over slapen voordat hij het mij durfde voor te leggen. En ja, ook voor mij voelde het goed dat te doen. Waardevol en zo gegund.

En toen kwam hij in de avond met het fietsje beneden. Het roze fietsje van Roos. Hij zette het fietsje in de woonkamer neer en ik zag haar weer zitten. Op dat fietsje, haartjes in staartjes, wild en dapper. De tranen stroomden, zo hard. Zo’n leegte, zo diep verdrietig om dat wat er niet meer is. Ik mis haar zo, ik wil alles houden voor als ze terug komt.

Maar ik weet dat ze niet meer thuis komt. Ik weet dat we verder moeten. Maar ik weet niet of ik dat wel kan. Alle jaren zonder haar, een leven lang. Ik wil het niet. Ik wil terug, maar de enige optie is door. Door dit moeras van verdriet. En dat is zo zwaar.

Ik wil het fietsje houden. Haar spullen zijn het enige dat ik nog van haar heb. Ik weet niet of ik dit kan. Ik slaap er nog een nachtje over.

Het is moeilijk, het is goed, maar dit verdriet gaat niet over het fietsje. Roos heeft ervan genoten. Daarom zijn we verdrietig. Om het besef van geluk en zo’n groot verlies.

Het fietsje zit in de auto. In mijn hoofd zwaai ik het uit. Dag fietsje, bedankt voor het speelplezier. Ik hoop dat een ander kind net zoveel zal fietsen en gelukkig zal zijn. Wederom tranen en ik weet het is goed.

Reageren is niet mogelijk.