Nog een keer vasthouden

Nog een keer vasthouden

Ik wilde je zo graag nog een keertje vasthouden. Na al die weken in het ziekenhuisbed. Dat het pas kon nadat je was gegaan. Het verscheurde me. Ik wilde dit zo graag. Maar niet zo.

Er was geen weg meer terug. Er was geen hoop meer. Je was er niet meer. Het was zo onwerkelijk en de realiteit. Zonder jou, ik kon niet bevatten dat dit echt was gebeurd.

Na al die weken waarin je zo hard geknokt had. Waarin je zoveel had overleefd. Was het nu teveel. Het waren zulke bizarre weken. Van kerngezond tot zo ziek. Tot het jou teveel werd. Soms denk ik wel eens, ik had ook niet geweten hoe de weg terug had moeten zijn. Het is nooit goed, maar ik weet ook niet of het goed was gekomen.

We waren de nacht alleen doorgekomen als je was blijven leven. En dan, Roos? Had je dan ooit weer kunnen springen, dansen, leven? Waren al die momenten zonder zuurstof en orgaanfalen nog wel zonder al teveel schade? Was er wel een weg terug? Misschien, er werd tenslotte nog wel geprobeerd te opereren. We hadden de keus. Maar we konden niet kiezen voor jouw dood. We konden alleen hopen op elke stap van verbetering. Daarmee hebben we alles geprobeerd. En besloot je zelf dat het genoeg was. Dat het niet meer ging. En dat begrijp ik. Want hoe graag ik je ook bij mij wilde houden. Zo op dat ziekenhuisbed wist ik het ook niet meer.

Hoe dit ooit nog moest goed komen. Er was geen weg meer terug.

Reageren is niet mogelijk.