Slabbetjes en de trip-trap

Slabbetjes en de trip-trap

Tijdens mijn zwangerschap wist ik al snel dat ik een jongetje zou krijgen. Ik vond het jammer dat ik de spullen van Roos niet meer zou kunnen hergebruiken. Ergens had ik het idee dat hergebruik zou kunnen bijdragen aan heling. Het opnieuw hullen van een kind in dezelfde jurkjes, broekjes, laarsjes, zodat de lading van de kleren en spullen af zou gaan.

Een aantal spullen kan ik nu ook hergebruiken. Veel van zijn grote broer, minder van zijn zus. Zoals de trip trap, door haar voor het laatst op gezeten. Oranje. Ik had liever roze gehad. Want nu staat hij hier weer. Oranje was praktisch, ja dat wel. Ik kan hem wegdoen, een andere aanschaffen. Maar ik kan het ook niet. Het hoort erbij, raakt het verdriet en krijgt een nieuwe bestemming.

Misschien slijt de pijn door het dag in dag uit gebruik ervan. Het liefst zou ik hem weer opbergen, achter het schot op zolder, net als die slabbetjes die zij ook droeg. Vooral de spullen die we voor haar kochten. Voor haar. Ergens zou ik willen dat die spullen, de bakken vol met kleertjes een nieuwe bestemming krijgen. Er zijn vast zoveel kinderen die het goed kunnen gebruiken en ze liggen maar boven. Geen bestemming is goed genoeg, geen bestemming haalt de lading eraf.

Helen, nee dat doen spullen niet. Ik houd ze enkel voor de herinnering van toen. Want meer heb ik niet meer. Voor haar.

Reageren is niet mogelijk.