Blog

Blog

Elke dag een beetje meer

Elke dag een beetje meer

Het is stil in huis,
alleen.
Wat ga ik doen?
Elke zin ontbreekt.
Ik geef toe.

Ik probeer te lezen,
maar de letters dansen.
Het duizelt me,
ik ben moe.

Uit het veld geslagen,
de afslag gemist.
Het gevoel
verdwaalt te zijn
in het bos.
Het bos van mijn gedachten.

Ik mis je.
En heb ruimte je te missen.
In de lege dag voor me,
in de stilte van het huis,
verdwaal ik in verdriet.

Het voelt zwaar.
Een donkere wolk boven mij,
de diepte onder mij.
En een vuurbal van emoties in mij.

Ik mis je zo.
Elke dag een beetje meer.
Zoals liefde groeit,
groeit gemis des te meer.

Het is niet te fixen

Het is niet te fixen

Het is er weer. Een golf die me overspoelt, de zware deken van verlies die over mijn schouders hangt. De rugzak met stenen die verder lopen onmogelijk maakt. De zon schijnt, maar in mijn hoofd is het bewolkt. Zware bewolking, grijs als een mist.

Soms uren, dan dagen en die rijgen aaneen in weken. Met af en toe wat licht, maar vooral mist. Ik weet niet waar ik heen loop. Waarom, waartoe. Ik mis haar, overal het gemis en het besef zonder haar verder te gaan. Verder te moeten.

Ik loop hard, ik bid, ik mediteer. Ik schilder en schrijf. En praat meer dan me lief is. Maar de deken blijft en hoe harder ik probeer, hoe minder het lukt. Ik ben op. Moe van alles. Het is niet te fixen. Alles wat ik doe voelt als een pleister op een veel te grote wond.

Ik houd me vast aan wat een moeder eens zei over die zware deken; “Soms denk ik dat hij altijd op mijn schouders hangt. En hij blijft dagen tot wel een week of vijf, maar dan op een dag voel ik het weer. Leven. Als een zonnestraal op mijn gezicht.”

Hoe ik dit ooit kan verwerven met mijn leven is een raadsel. Maar dag bij dag. Het gaat niet slechter door de mist. De mist is nodig om te leven met. Leven met verlies.

Het roze fietsje krijgt een nieuwe bestemming

Het roze fietsje krijgt een nieuwe bestemming

Coen kwam met het idee toen hij een oproep las. Een vraag die hij boven had staan. Hij moest eraan denken, over slapen voordat hij het mij durfde voor te leggen. En ja, ook voor mij voelde het goed dat te doen. Waardevol en zo gegund.

En toen kwam hij in de avond met het fietsje beneden. Het roze fietsje van Roos. Hij zette het fietsje in de woonkamer neer en ik zag haar weer zitten. Op dat fietsje, haartjes in staartjes, wild en dapper. De tranen stroomden, zo hard. Zo’n leegte, zo diep verdrietig om dat wat er niet meer is. Ik mis haar zo, ik wil alles houden voor als ze terug komt.

Maar ik weet dat ze niet meer thuis komt. Ik weet dat we verder moeten. Maar ik weet niet of ik dat wel kan. Alle jaren zonder haar, een leven lang. Ik wil het niet. Ik wil terug, maar de enige optie is door. Door dit moeras van verdriet. En dat is zo zwaar.

Ik wil het fietsje houden. Haar spullen zijn het enige dat ik nog van haar heb. Ik weet niet of ik dit kan. Ik slaap er nog een nachtje over.

Het is moeilijk, het is goed, maar dit verdriet gaat niet over het fietsje. Roos heeft ervan genoten. Daarom zijn we verdrietig. Om het besef van geluk en zo’n groot verlies.

Het fietsje zit in de auto. In mijn hoofd zwaai ik het uit. Dag fietsje, bedankt voor het speelplezier. Ik hoop dat een ander kind net zoveel zal fietsen en gelukkig zal zijn. Wederom tranen en ik weet het is goed.

Is het een cadeautje?

Meer Blog